- Persbericht VBO – Beleidsonderzoeksbureaus scoren beter dan universiteiten en andere concurrerende aanbieders van onderzoeksproducten als het gaat om de bruikbaarheid van hun product en de kwaliteit van hun rapportage. Dit blijkt uit de Brancheverkenning die de VBO (Vereniging voor Beleidsonderzoek) in 2011 heeft uitgevoerd onder haar leden.
Uit het onderzoek blijkt ook dat de opdrachtgevers de bruikbaarheid en kwaliteit de belangrijkste factoren vinden in hun beoordeling van (potentiële) uitvoerders.
Het is de tweede keer dat de Brancheverkenning is uitgevoerd (2007 voor het eerst) onder klanten en relaties van de VBO. Het onderzoek heeft ten doel om meer inzicht te verkrijgen in de marktpositie van de branche en de wijze waarop bureaus door opdrachtgevers worden beoordeeld en geselecteerd. De bevindingen zijn verwerkt in de uitgave ‘Brancheverkenning Beleidsonderzoek – Meting 2011’.
De factor bruikbaarheid, kwaliteit en kennis van het probleemveld wordt door 11% van de respondenten als de belangrijkste bij de keuze voor een beleidsonderzoeksbureau genoemd (ongeveer gelijk aan 2007). Bij een vergelijking van het relatieve belang van de gemeten kwaliteitsfactoren scoort bruikbaarheid duidelijk het hoogst met 24%, gevolgd door kwaliteit van de rapportage en kennis van het beleidsprobleem (beide 17%). Bij de overall vergelijking op kwaliteit scoren de beleidsonderzoeksbureaus beter dan andere aanbieders op de punten bruikbaarheid, kwaliteit van de rapportage, planmatige uitvoering en flexibiliteit.
De ervaringen met alsmede de motivatie en de visie van het bureau op de uitvoering blijken voor opdrachtgevers de belangrijkste selectiecriteria voor een offerte. Daarnaast geven de opdrachtgevers aan dat expertise een belangrijke factor kan zijn. Reputatie en vermaardheid van de bureaus lijken nauwelijks een rol te spelen binnen de selectie.
Voor de Brancheverkenning zijn 5.814 unieke klanten en relaties van de VBO benaderd. Hiervan hebben 1.075 respondenten aan het onderzoek deelgenomen. Er zijn geen grote verschillen waarneembaar tussen de uitkomsten van de eerste verkenning in 2007 en de recente verkenning van 2011.
