Beleidsdoorlichting: Positie van de cliënt

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) voert beleid om de positie van de cliënt in de zorg te versterken. In de begroting van het ministerie van VWS ligt de nadruk op de rol van patiënten- en gehandicaptenorganisaties (pg-organisaties) om de positie van cliënten te ondersteunen. De onderzoeksbureaus Ecorys en het Verwey-Jonker Instituut hebben in opdracht van het ministerie van VWS een beleidsdoorlichting gemaakt van dit beleid. Daarbij is de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid onderzocht.

Er zijn momenteel ca. 200 individuele patiëntenorganisaties en drie koepels, die vanuit de begroting van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) middelen ontvangen. Deze partijen houden zich voornamelijk bezig met informatievoorziening over specifieke ziekten en zorg/behandeling, lotgenotencontact, belangenbehartiging. Verder houden ze contact tussen en met mantelzorgers, en houden ze zich bezig met zaken als eigen regie en zelfmanagement (via websites, contactdagen en dergelijke).

De aanpak
In deze beleidsdoorlichting is met het veld van pg-organisaties gesproken om hun beleving van het beleid en de effecten van de bezuiniging te peilen. Pg-organisaties ervaren de nieuwe systematiek (en daarbij behorende taakstelling) van de instellingssubsidie als een bezuiniging die hun capaciteit aantast en positie van de cliënt verzwakt. Daarnaast is onderzoek gedaan op basis van monitors naar de prestaties van de organisaties. En er zijn gesprekken geweest met een referentiegroep van partijen die geen subsidie ontvangen.

‘Een gemengd oordeel’
Het overkoepelende beeld van de doeltreffendheid van het beleid is dat het versterken van de positie van de cliënt ondanks de bezuiniging (40% minder middelen in 2015 t.o.v. 2011) een gemengd oordeel krijgt. De output is in kwantiteit redelijk op peil gebleven, zo blijkt uit een vergelijking van monitors uit verschillende jaren. De conclusie van de onderzoekers is dat de mate waarin pg-organisaties de bezuiniging hebben kunnen verwerken, aanzienlijk verschilt. De kwaliteit van het werk van een aantal pg-organisaties is onder druk komen te staan omdat er meer met vrijwilligers wordt gedaan.

Met een beperkter budget is de output in kwantiteit redelijk op peil gebleven. Daarmee wordt het beleid als doelmatig beoordeeld. De patiënten- en gehandicaptenorganisaties werken efficiënter, onder meer met extra inzet van vrijwilligers en hebben veelal andere bronnen van financiering aangeboord. De uitvoeringskosten van het beleid zijn relatief laag.

  • Het rapport beleidsdoorlichting positie cliënt en de beleidsreactie is op 28 januari 2016 naar de Tweede Kamer verzonden. Klik hier voor de Kamerbrief.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:

Bart Witmond, Ecorys
E bart.witmond@ecorys.com 
T 06 525 65 935

Diane Bulsink, Verwey-Jonker Instituut
E dbulsink@verwey-jonker.nl
T 030 2303 233