EXPERTISE

De toekomst van Nederland Handelsland

Onderhandelingen over internationale handelsverdragen zijn de afgelopen jaren onder steeds grotere druk komen te staan. Het narratief dat door lagere handelskosten iedereen profiteert, gaat niet meer zonder meer op in de maatschappelijke discussie. Handelsverdragen zijn aan de schandpaal genageld als verklaring voor het verdwijnen van banen in niet-competitieve industrieën. Handelsverdragen worden ook aangevallen voor het veroorzaken van hogere uitstoot van broeikasgassen door de vele containerschepen die de hele wereld voorzien van goedkopere goederen. De laatste jaren is er, vooral in de context van de onderhandelingen met Canada (CETA) en de VS (TTIP) meer aandacht gekomen voor het effect van handelsverdragen op het terrein van standaarden, waarbij wordt gewezen op de risico’s voor het verlagen van standaarden, mogelijk resulterend in “a race to the bottom”. 

Het onderhandelen van internationale handels- en investeringsverdragen is een exclusieve competentie van de Europese Unie. Dit neemt echter niet weg dat nationale politici geen invloed op deze handelsverdragen kunnen uitoefenen. Minister Ploumen heeft er bijvoorbeeld, samen met haar Duitse en Franse collega’s, mede voor gezorgd dat de Europese Commissie het voorstel voor een ‘Investor-State Dispute Settlement’ (ISDS) heeft aangepast om grotendeels aan de wensen van critici tegemoet te komen. Daarnaast is het waarschijnlijk dat het Europese Hof van Justitie in de komende maanden zal bepalen of internationale handels- en investeringsverdragen voor ratificatie ook moeten worden goedgekeurd in 38 (nationale en regionale) parlementen van de EU lidstaten, omdat het ook beleidsterreinen omvat die buiten de exclusieve competentie van de EU/EC vallen. Internationale handelsverdragen zijn daarom nog steeds een belangrijk politiek onderwerp op nationaal niveau, en een essentieel onderdeel van het buitenlandbeleid van vele partijen voor 15 maart.

Vanuit dit perspectief is het interessant om te kijken hoe partijen aankijken tegen handelspolitiek en handelsverdragen in het algemeen, of sommige specifieke handelsverdragen in het bijzonder. De ruimte en aandacht die partijen bieden aan internationale handelsverdragen gaat van nul woorden in het A4tje van de PVV, via één bullet-point van de SP naar specifieke handelssecties voor bijvoorbeeld D66 en de ChristenUnie. Er is complete overeenstemming tussen alle partijen dat vrijhandelsverdragen nooit ten koste mogen gaan van de voedselveiligheid, consumentenbescherming en milieustandaarden. Uit verschillende bronnen (o.a. Ecorys studies, toespraken van minister Ploumen, en verklaringen van de Europese Commissie) is meermaals gebleken dat dit niet de insteek is van de onderhandelingen. Ook wordt duurzaamheid vaak als criteria gegeven voor het al dan niet steunen van handelsverdragen. 

Een aantal partijen, zoals het CDA en de VVD, willen daarnaast dat handelspolitiek wordt ingezet in het oplossen van het vluchtelingenprobleem, of als onderdeel van ontwikkelingssamenwerking. De ChristenUnie wil bijvoorbeeld dat handelspolitiek wordt ingezet indien landen consequent mensenrechten schenden, of respect voor godsdienstvrijheid ondermijnen. Daarnaast stelt de ChristenUnie dat de landbouwsector een speciale behandeling verdient vanwege de duurzame handelswijze en de daarbij behorende hogere productiekosten. Vanwege die hogere kosten ten opzichte van minder duurzame producenten, zal een verlaging van handelsbarrières mogelijk leiden tot het wegconcurreren van Nederlandse producenten op de wereldmarkt. D66 ziet daarentegen handelsverdragen als een uitgelezen kans om de hoge standaarden van de EU te exporteren naar mondiaal niveau. 

De grootste splijtzwam op het gebied van handelsverdragen lijkt het arbitrage tribunaal zoals voorgesteld door minister Ploumen (PvdA), waarbij er een internationaal tribunaal komt waarin bedrijven staten kunnen aanklagen als hun rechten worden geschonden. De PvdA, GroenLinks, en SP zijn geheel tegen het toevoegen van een investeerder-staat tribunaal in handelsverdragen. Zij zijn van mening dat de normale rechtsprocedure in zowel partnerlanden als de EU zelf dusdanig onafhankelijk is, dat investeerders ook daar hun beklag kunnen doen indien ze zich tekort gedaan voelen door beleidswijzigingen. De D66 en VVD zien daarentegen wel het nut van dit soort tribunalen in. 

Specifieke handelsverdragen worden nauwelijks genoemd. Het is vooral interessant om te kijken naar CETA, omdat dit binnen de EC wordt gezien als een nieuw model voor handelsovereenkomsten. Dit verdrag zet D66 en GroenLinks lijnrecht tegenover elkaar, waar de eerste partij CETA steunt, en de tweede partij tegen het verdrag is. Ook de VVD staat zeer welwillend tegenover het verdrag, terwijl de ChristenUnie de voorlopige inwerkingtreding van verdragen wil stoppen zonder instemming van de nationale parlementen (voor CETA is dit overigens al het geval). D66 is de enige partij die ook de Wereld Handelsorganisatie (WTO) benoemd als platform waarbinnen internationale handel moet worden besproken.  

De afgelopen jaren heeft Ecorys een aantal handelsverdragen geanalyseerd door middel van Trade Sustainability Impact Assessments. Het volgende kabinet zal belangrijke beslissingen moeten nemen met betrekking tot de nieuwe handelsverdragen die binnen de EU voorliggen. Ecorys zal met haar werk een belangrijke bijdrage blijven leveren aan de economische, sociale en politieke overwegingen die hieraan voorafgaan. Blijf hierover op de hoogte op www.ecorys.nl en neem voor vragen contact op met erik.merkus@ecorys.com 

Blogs: 

Verkiezingen 2017